En uit welk potje betalen wij dat? Deel 2: UWV

Een serie over de verschillende manieren waarop arbeidsmarkt gerelateerde trajecten betaald kunnen worden

pas-mkb-goedwerknemerschap1MKBGW houdt zich bezig met het meten van houding en gedrag in relatie tot werk. Werknemersvaardigheden dus. Langzamerhand komen steeds meer ondernemers, maar ook werkzoekenden en intermediairs er achter dat het aantoonbaar hebben van goede werknemersvaardigheden van groot belang is bij het vinden en behouden van werk. Gesteund door de grootste werkgeversverenigingen in Nederland (MKB en VNO/NCW) meten wij de werknemersvaardigheden vanuit het perspectief van de werkgever.


Vreemd genoeg komen we zelden partijen tegen die hier geen interesse in hebben, maar de terugkerende vraag blijft: op welke wijze wordt dit assessment gefinancierd. Het antwoord daarop is zeer divers. Vandaar deze serie over mogelijke financieringsbronnen voor trajecten op het snijvlak van onderwijs, bedrijfsleven en overheid.

En uit welk potje betalen wij dat?

Unknown-10Het UWV is belast met het verstekken van arbeidsgerelateerde uitkeringen aan alle mensen die (nog) niet in aanmerking komen voor Bijstand. Denk daarbij aan de WW, maar ook WAO en WAJong. Het UWV is landelijk georganiseerd en heeft op veel plaatsen in het land kantoren, maar in toenemende mate is de dienstverlening van het UWV digitaal. Het merendeel van de mensen dat zich voor een uitkering meldt bij het UWV vindt binnen een tijdsbestek van 6 tot 9 maanden weer een baan. De invloed van de dienstverlening van het UWV is daarop maar zeer beperkt. Om die reden kiest het UWV ervoor om het beschikbare geld vooral in te zetten voor doelgroepen. Doelgroepen die als groep een grotere afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Ouderen, mensen met een beperking etc.

Daarnaast zet het UWV in op bepaalde thema’s. Leren en Werken is er zo één. Middels Leer-Werkloketten probeert het UWV zoveel mogelijk mensen een sterkere basis op de arbeidsmarkt te geven door ervoor te zorgen dat de kennis van mensen up-to-date blijft en ook doordat door om- en bijscholing mensen langer inzetbaar blijven op de arbeidsmarkt.

Door deze werkwijze is financiering van trajecten door het UWV alleen mogelijk indien daar op projectniveau budgetten voor zijn. Doordat de uitvoering van de werkzaamheden vaak lokaal plaatsvindt, hebben de plaatselijke teams ook veel vrijheid bij het inzetten van gelden. In sommige gevallen wordt ervoor gekozen het beschikbare budget in te zetten voor menskracht. Hierdoor is er weinig ruimte voor financiering van externe trajecten. Andere teams kiezen ervoor deze gelden juist te gebruiken om externe expertise in te kopen. Vraag dus altijd lokaal naar de financieringsruimte.

Naast projectgelden kent het UWV ook vouchers. Deze vouchers zijn vaak bedoeld om potentiële werkgevers tegemoet te komen in eventuele kosten die zij zouden kunnen moeten maken. Vaak is dit een combinatie van training van de nieuwe medewerker en een compensatie voor de ingezette uren van de werkgever. De vouchers moeten een extra stimulans zijn voor werkgevers om mensen uit doelgroepen aan te nemen. Zo zijn er jongerenvouchers en 50+vouchers.

Evenals bij het inzetten van gelden van de sociale diensten geldt voor het inzetten van vouchers dat er een sterke band moet zijn met het krijgen van een baan. Om die reden worden vouchers veelal verstrekt aan werkgevers; dus pas als de baan al vergeven is.

Bij het UWV is het daarom van belang dat je het werk al in het verschiet hebt. Zeker bij aanvang. Als men na verloop van tijd ziet dat 90% van de succesvolle deelnemers binnen 2 maanden een baan heeft en dat 85% na 6 maanden nog steeds aan het werk is, zoals dat bij MKBGW het geval is, gaat de focus zich meer verleggen van baangarantie naar werkgeversbenadering. Door de samenwerking met MKB Nederland en VNO-NCW kan MKBGW hierbij ook uitstekend ondersteunen. Meer weten… info@mkbgw.nl

Tips:

  1. Informeer naar doelgroepen waar budgetten voor zijn.
  2. Zorg voor een duidelijk verband tussen jouw dienst en de doelstellingen behorend bij de doelgroep.
  3. Zorg voor duidelijk meetbare resultaten die meegenomen kunnen worden in de projectrapportages.
  4. Maak een plan dat past binnen het project. Meer ruimte is er immers niet.
  5. Zie jezelf niet als opdrachtnemer, maar als co-maker; je hebt immers een gezamenlijk doel.